Skip to content
Church.wiki

Isaiah Chapter 9 Petrus Canisius Translation

Major prophets · Isaiah · Petrus Canisius Translation · 21 verses

Verse layout
📝 Overview of this chapter Flow, key verses and people

이사야 9장은 흑암 속의 갈릴리에 큰 빛이 비치고 다윗의 왕위에 앉을 한 아기가 태어난다는 약속, 그리고 교만한 북이스라엘에 대한 거듭된 심판 선포를 담은 장이다.

Jump to verse

9Isaiah · Petrus Canisius Translation
1Wel heeft Hij smaad gebracht over Zabulons land, Over het land van Neftali in vroegere tijden: Maar in de eindtijd herstelt Hij in ere De weg naar de zee, De overkant van de Jordaan, Het gewest van de heidenen. Notes
2Het volk, dat in duisternis wandelt, Zal dan een helder licht aanschouwen; Die wonen in het dal van de schaduw des doods, Een glans zal over hen stralen!
3Gij zult hun vreugde vermeerderen, hun blijdschap vergroten; Vrolijk zullen ze zijn voor uw aanschijn, Zoals men vrolijk is bij de oogst, Zoals men blij is bij het verdelen van buit!
4Want het juk, dat hem drukte, Het blok op zijn schouders, De stok van zijn drijver Breekt Gij als op de dag van Midjan stuk.
5Alle dreunend stampende laarzen En in bloed geverfde mantels Zullen worden verbrand, Door de vlammen verteerd.
6Want een Kind is ons geboren, een Zoon ons geschonken; De heerschappij wordt op zijn schouders gelegd. En zijn naam wordt genoemd: Wonderbaar raadsman, Goddelijke held, Vader voor immer, Vorst van de vrede! Notes
7Grote macht zal Hij brengen, en eindeloze vrede Aan Davids huis en zijn rijk. Hij zal het steunen en stutten met recht en gerechtigheid Nu en voor immer: De ijver van Jahweh der heirscharen brengt het tot stand!
8De Heer heeft een woord tot Jakob gezonden, En het valt in Israël neer;
9Het hele volk zal het ondervinden: Efraïm en de bewoners van Samaria! Want ze hebben gezegd in hun trots, En in de hoogmoed des harten:
10De baksteen gevallen: we herbouwen met hardsteen; De moerbei geveld: ceders planten wij in haar plaats!
11Jahweh vuurde de verdrukkers van Resin tegen hen aan, En hitste de vijanden tegen hen op;
12Aram ten oosten, de Filistijnen ten westen Hebben Israël verslonden met gulzige mond; Maar toch bedaart zijn gramschap niet, Zijn hand blijft naar hen uitgestrekt!
13Want het volk bekeerde zich niet tot Hem, die het sloeg, En zocht Jahweh der heirscharen niet.
14Daarom heeft Jahweh Israël kop en staart afgehouwen, Palmtak en riet op één dag:
15De oudsten en edelen waren de kop, De leugenprofeten de staart;
16Die dit volk moesten leiden, zijn zijn verleiders, Die geleid moesten worden, zijn op een doolweg gebracht.
17Daarom spaarde de Heer hun jongelingen niet, Ontfermde zich niet over hun weduwen en wezen; Want ze zijn allen godvergeten en boos, En iedere mond spreekt goddeloze taal; Maar toch bedaart zijn gramschap niet, Zijn hand blijft tegen hen uitgestrekt!
18Want de goddeloosheid brandt als een vuur, Dat doornen en distels verteert, Het dichte woud in vlammen zet, En in dwarrelende rookwolken hult.
19Door de gramschap van Jahweh is het land ontredderd, Het volk tot menseneters verlaagd:
20Men hapt naar rechts, en nog heeft men honger, Men bijt naar links, en wordt niet verzadigd. (18c) Niemand spaart zijn eigen broer, En allen verslinden het vlees van hun kroost:
21Manasse Efraïm, Efraïm Manasse, En met elkander weer Juda. Maar toch bedaart zijn gramschap niet. Zijn hand blijft tegen hen uitgestrekt!

Petrus Canisius Translation
Tap a verse to copy, share, highlight or add a note. Dotted words link to encyclopedia articles.

21 verses in this chapter
9 / 66 chapters

The text is Petrus Canisius Translation(네덜란드어) — From getbible.net (CrossWire SWORD module) · license: 공개 도메인 (Public Domain) Highlights, notes and read marks stay with the chapter whichever version you read. Dotted words are people, places and terms that have an encyclopedia article (marked once per page). Highlights, notes and read marks are saved only in this browser and gathered under My marks.

Verse commentaries for this chapter 2

Articles mentioning this chapter

More