John 6
Petrus Canisius Translation
Translation: CANISIUS
1Daarna begaf Jesus Zich naar de overkant van het meer van Galilea of van Tibérias.Select John 6:1
2Een grote schare volgde Hem, omdat ze de wonderen hadden gezien, die Hij voor de zieken verricht had.Select John 6:2
3En Jesus besteeg het gebergte, en zette Zich daar met zijn leerlingen neer.Select John 6:3
4Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden.Select John 6:4
5Toen Jesus nu de ogen opsloeg en een talrijke menigte tot Zich zag komen, sprak Hij tot Filippus: Waar zullen we brood kopen, zodat ze kunnen eten?Select John 6:5
6Dit zeide Hij echter, om hem op de proef te stellen; want zelf wist Hij goed, wat Hij doen zou.Select John 6:6
7Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd tienlingen brood is niet genoeg, als ieder van hen een stukje krijgt.Select John 6:7
8Een zijner leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zeide tot Hem:Select John 6:8
9Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zo velen?Select John 6:9
10Jesus sprak: Laat de mensen gaan zitten. Er stond nu veel gras op die plaats. Ze gingen dus zitten; er waren ongeveer vijf duizend mannen.Select John 6:10
11Nu nam Jesus de broden, sprak een dankgebed uit, en deelde ze rond aan hen die daar zaten; zo ook van de vissen, zoveel ze wilden.Select John 6:11
12En toen ze waren verzadigd, zeide Hij tot zijn leerlingen: Verzamelt de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren gaat.Select John 6:12
13Zij verzamelden ze dus, en vulden twaalf korven met de brokken der vijf gerstebroden, die na het eten waren overgebleven.Select John 6:13
14Bij het zien van het teken, dat Jesus gewrocht had, zeiden de mensen: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld moet komen!Select John 6:14
15Daar nu Jesus voorzag, dat ze Hem zouden meevoeren, om Hem tot koning uit te roepen, trok Hij Zich heel alleen weer in het gebergte terug.Select John 6:15
16Maar toen het avond werd, daalden zijn leerlingen af naar het meer,Select John 6:16
17gingen de boot in, en hielden koers naar Kafárnaum aan de overkant van het meer. Reeds was de duisternis ingevallen, en nog was Jesus niet bij hen gekomen.Select John 6:17
18De zee was onstuimig, want er woei een hevige wind.Select John 6:18
19Toen ze dan ongeveer vijf en twintig of dertig stadiën hadden afgelegd, zagen ze Jesus over het meer wandelen en nabij het vaartuig komen; ze werden er angstig van.Select John 6:19
20Maar Hij sprak tot hen: Ik ben het; weest niet bang.Select John 6:20
21Gewillig namen ze Hem nu in hun vaartuig op, en terstond landde de boot aan de kust, waar ze op afgestevend waren.Select John 6:21
22De volgende morgen drong het door tot de schare, die aan de overkant van het meer was gebleven, dat er buiten dit éne geen ander vaartuig was geweest, en dat Jesus niet met zijn leerlingen aan boord was gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen waren vertrokken.Select John 6:22
23Intussen kwamen er van Tibérias andere boten dicht bij de plaats, waar men het brood had gegeten, na het dankgebed des Heren.Select John 6:23
24Toen dus de menigte zag, dat Jesus daar niet meer was en zijn leerlingen evenmin, gingen ze scheep, en voeren naar Kafárnaum, om Jesus te zoeken.Select John 6:24
25En toen ze Hem aan de andere kant van het meer hadden gevonden, spraken ze tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?Select John 6:25
26Jesus antwoordde hun en sprak: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen hebt gezien, maar omdat gij van de broden gegeten en u verzadigd hebt.Select John 6:26
27Arbeidt niet voor de spijs die vergaat, maar voor de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, en die de Mensenzoon u zal geven. Want op Hem heeft God, heeft de Vader zijn zegel gedrukt.Select John 6:27
28Ze zeiden Hem dan: Wat moeten we doen, om de werken Gods te verrichten?Select John 6:28
29Jesus antwoordde hun: Dit is het werk van God: dat gij gelooft in Hem, dien Hij gezonden heeft.Select John 6:29
30Ze zeiden Hem: Wat voor teken verricht Gij dan wel, dat ons overtuigt, zodat we in U geloven? Wat doet Gij eigenlijk?Select John 6:30
31Onze vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten, zoals er geschreven staat: "Brood uit de hemel heeft Hij hun te eten gegeven".Select John 6:31
32Nu sprak Jesus tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Moses heeft u geen brood gegeven, dat uit de hemel kwam, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel;Select John 6:32
33want het brood, dat uit de hemel neerdaalt, is het brood van God, dat leven aan de wereld schenkt.Select John 6:33
34Ze zeiden Hem dan: Heer, geef ons dit brood voor immer.Select John 6:34
35Jesus sprak tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nimmer meer dorst lijden.Select John 6:35
36Maar Ik heb het u gezegd: gij hebt Mij gezien, en toch gelooft gij niet.Select John 6:36
37Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik niet buiten werpen.Select John 6:37
38Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij heeft gezonden.Select John 6:38
39Welnu, dit is de wil van Hem, die Mij heeft gezonden, dat Ik niets verloren laat gaan van wat Hij Mij heeft gegeven, maar dat Ik het op de jongste dag doe verrijzen.Select John 6:39
40Dit is de wil van den Vader, die Mij gezonden heeft, dat wie den Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en dat Ik hem op de jongste dag zal doen verrijzen.Select John 6:40
41Maar de Joden morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood, dat uit de hemel is neergedaald.Select John 6:41
42En ze zeiden: Is deze niet Jesus, de zoon van Josef, wiens vader en moeder we kennen? Hoe zegt Hij dan: Ik ben uit de hemel neergedaald?Select John 6:42
43Jesus antwoordde hun, en sprak: Mort toch niet onder elkander.Select John 6:43
44Niemand kan tot Mij komen, zo de Vader, die Mij zond, hem niet trekt; en Ik zal hem op de jongste dag doen verrijzen.Select John 6:44
45Er staat geschreven bij de profeten: "En allen zullen zij onderricht worden door God". Wie naar den Vader luistert en door Hem is onderricht, hij komt tot Mij.Select John 6:45
46Niet dat iemand den Vader gezien heeft; alleen Hij die van God stamt, Hij heeft den Vader gezien.Select John 6:46
47Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft het eeuwige leven.Select John 6:47
48Ik ben het brood des levens.Select John 6:48
49Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, en ze zijn gestorven.Select John 6:49
50Dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt: eet men daarvan, dan sterft men niet.Select John 6:50
51Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald; (52) zo iemand eet van dit brood, zal hij in eeuwigheid leven. En het brood, dat Ik zal geven, is mijn vlees voor het leven der wereld.Select John 6:51
52(53) Maar de Joden twistten onder elkander, en zeiden: Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?Select John 6:52
53(54) Jesus sprak tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo gij het vlees van den Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u.Select John 6:53
54(55) Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven, en Ik zal hem op de jongste dag doen verrijzen.Select John 6:54
55(56) Want mijn vlees is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank.Select John 6:55
56(57) Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.Select John 6:56
57(58) Zoals de Vader die leeft, Mij heeft gezonden, en Ik leef door den Vader, zó zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij.Select John 6:57
58(59) Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Niet een brood als de vaders hebben gegeten en toch zijn gestorven; wie dit brood eet zal leven in eeuwigheid.Select John 6:58
59(60) Zo sprak Hij bij zijn onderrichting in de synagoge van Kafárnaum.Select John 6:59
60(61) Velen van zijn leerlingen, die het hadden gehoord, zeiden: Dit woord is hard; wie kan naar zo iets luisteren?Select John 6:60
61(62) Maar Jesus, die wist dat zijn leerlingen daarover morden, sprak tot hen: Ergert u dit?Select John 6:61
62(63) En wanneer gij nu den Mensenzoon eens ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was?Select John 6:62
63(64) Het is de geest, die leven brengt; het vlees brengt niets daartoe bij. De woorden, die Ik tot u sprak, zijn geest en leven.Select John 6:63
64(65) Maar daar zijn er sommigen onder u, die niet geloven. Want Jesus wist van de aanvang af, wie het waren, die niet geloofden; en wie het was, die Hem verraden zou.Select John 6:64
65(66) En Hij vervolgde: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen, tenzij het hem door mijn Vader is gegeven.Select John 6:65
66(67) Van dat ogenblik af trokken velen zijner leerlingen zich terug, en bleven niet langer bij Hem.Select John 6:66
67(68) Nu sprak Jesus tot de twaalf: Wilt ook gij misschien heengaan?Select John 6:67
68(69) Simon Petrus antwoordde Hem: Heer, naar wien zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven;Select John 6:68
69(70) we geloven en weten: Gij zijt de Heilige Gods.Select John 6:69
70(71) Jesus hernam: Heb Ik u alle twaalf niet uitverkoren? En toch, één uwer is een duivel.Select John 6:70
71(72) Hiermee bedoelde Hij Judas, den zoon van Simon Iskáriot. Want deze, één van de twaalf, zou Hem verraden.Select John 6:71
Petrus Canisius Translation (CANISIUS) · Public Domain