Psalms 55
Petrus Canisius Translation
1 Voor muziekbegeleiding; op de wijze: "Een duif van ver verwijderde terebinten." Een puntdicht van David, toen de Filistijnen hem in Gat gevangen hielden.
2 Ontferm U mijner, o God; want de mensen grijpen mij aan, Bekampen en kwellen mij iedere dag;
3 Mijn vijanden bestoken mij altijd door, Want talrijk zijn mijn belagers.
4 Maar verre van mij, dat ik ooit zou vrezen; Op U heb ik mijn vertrouwen gesteld.
5 In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
6 Ze blijven mij krenken, altijd door, Tegen mij zijn al hun boze plannen gericht;
7 Ze loeren en spieden, en belagen mijn hielen, Omdat ze mij naar het leven staan.
8 Vergeld ze hun misdaad, En werp in uw toorn de volkeren neer, o mijn God! In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
9 Gij hebt mijn ellende geteld, Mijn tranen in uw kruik verzameld. Hebt Gij het zelf niet beloofd,
10 Dat mijn vijand zal vluchten, als ik U aanroep? Zo weet ik zeker, Dat God met mij is!
11 In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
12 O God, Gij hebt mij uw belofte gehouden, Ik breng U daarvoor mijn dank;
13 Want Gij hebt mijn ziel behoed voor de dood, Zelfs mijn voet voor het stoten: Opdat ik voor Gods aanschijn blijf wandelen In het licht van het leven. In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
About this translation
Petrus Canisius Translation · Dutch
Petrus Canisius Translation
Public Domain · Translation source
The Holy Scripture, translation from the original texts, by order of the Apologetic Society ‘Petrus Canisius’ undertaken with the approval of the most reverend bishops of the Netherlands. \ https://github.com/lemtom/Canisius