Skip to content
Church.wiki

1 Chronicles Chapter 1 Dutch Staten Vertaling

Historical books · 1 Chronicles · Dutch Staten Vertaling · 54 verses

Verse layout
📝 Overview of this chapter Flow, key verses and people

역대상 1장은 아담에서 노아, 아브라함을 거쳐 이삭의 아들 에서와 이스라엘까지 이어지는 족보이다. 에돔의 자손과 왕들, 족장들의 목록으로 끝난다.

Jump to verse

11 Chronicles · Dutch Staten Vertaling
1Adam, Seth, Enos,
2Kenan, Mahalal-el, Jered,
3Henoch, Methusalah, Lamech,
4Noach, Sem, Cham en Jafeth.
5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.
6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.
7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.
8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.
9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.
10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.
11En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
12En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten.
13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
14En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,
15En den Heviet, en den Arkiet, en den Siniet,
16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.
17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.
18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.
19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
21En Hadoram, en Uzal, en Dikla,
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.
24Sem, Arfachsad, Selah,
25Heber, Peleg, Rehu,
26Serug, Nahor, Terah,
27Abram; die is Abraham.
28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.
29Dit zijn hun geboorten: de eerstgeborene van Ismael was Nebajoth, en Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
30Misma en Duma, Massa, Hadad en Thema,
31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.
32De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.
33De kinderen van Midian nu waren Efa, en Efer, en Henoch, en Abida, en Eldaa. Die allen waren zonen van Ketura.
34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.
35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.
36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.
37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
38De kinderen van Seir nu waren Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, en Dison, en Ezer, en Disan.
39De kinderen van Lotan nu waren Hori en Homam; en de zuster van Lotan was Timna.
40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.
41De kinderen van Ana waren Dison; en de zonen van Dison waren Hamram, en Esban, en Jithran, en Cheran.
42De kinderen van Ezer waren Bilhan, en Zaavan, en Jaakan. De kinderen van Disan waren Uz en Aran.
43Dit nu zijn de koningen, die geregeerd hebben in het land van Edom, eer er een koning regeerde over de kinderen Israels: Bela, de zoon van Beor; en de naam zijner stad was Dinhaba.
44En Bela stierf, en Jobab regeerde in zijn plaats, een zoon van Zerah, van Bozra.
45En Jobab stierf, en Husam, uit het land der Themanieten, regeerde in zijn plaats.
46En Husam stierf, en Hadad, de zoon van Bedad, regeerde in zijn plaats, die de Midianieten in het veld van Moab versloeg; en den naam zijner stad was Avith.
47En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.
48En Samla stierf, en Saul, van Rehoboth aan de rivier, regeerde in zijn plaats.
49En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.
50Als Baal-Hanan stierf, zo regeerde Hadad in zijn plaats, en de naam zijner stad was Pahi, en de naam zijner huisvrouw was Mehetabeel, de dochter van Matred, dochter van Mee-Sahab.
51Toen Hadad stierf, zo werden vorsten in Edom: de vorst Timna, de vorst Alja, de vorst Jetheth,
52De vorst Aholibama, de vorst Ela, de vorst Pinon,
53De vorst Kenaz, de vorst Theman, de vorst Mibzar,
54De vorst Magdiel, de vorst Iram. Dezen waren de vorsten van Edom.

Dutch Staten Vertaling
Tap a verse to copy, share, highlight or add a note. Dotted words link to encyclopedia articles.

54 verses in this chapter
1 / 29 chapters

The text is Dutch Staten Vertaling(네덜란드어) — From getbible.net (CrossWire SWORD module) · license: 공개 도메인 (Public Domain) Highlights, notes and read marks stay with the chapter whichever version you read. Dotted words are people, places and terms that have an encyclopedia article (marked once per page). Highlights, notes and read marks are saved only in this browser and gathered under My marks.

Articles mentioning this chapter

More