Skip to content
Church.wiki

Job Chapter 39 Dutch Staten Vertaling

Poetry & wisdom · Job · Dutch Staten Vertaling · 30 verses

Verse layout
📝 Overview of this chapter Flow, key verses and people

욥기 39장은 하나님이 폭풍 가운데서 욥에게 하신 첫 번째 말씀의 일부로, 산 염소·들나귀·들소·타조·말·매와 독수리 같은 짐승을 차례로 들어 사람이 알 수도, 다스릴 수도 없는 자연 세계를 하나님이 돌보고 있음을 보여 주는 장이다.

Jump to verse

39Job · Dutch Staten Vertaling
1Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen den arbeid der hinden?
2Zult gij de maanden tellen, die zij vervullen, en weet gij den tijd van haar baren?
3Als zij zich krommen, haar jongen met versplijting voortbrengen, haar smarten uitwerpen?
4Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.
5Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?
6Dien Ik de wildernis tot zijn huis besteld heb, en het ziltige tot zijn woningen.
7Hij belacht het gewoel der stad; het menigerlei getier des drijvers hoort hij niet.
8Dat hij uitspeurt op de bergen, is zijn weide; en hij zoekt allerlei groensel na.
9Zal de eenhoorn u willen dienen? Zal hij vernachten aan uw kribbe?
10Zult gij den eenhoorn met zijn touw aan de voren binden? Zal hij de laagten achter u eggen?
11Zult gij op hem vertrouwen, omdat zijn kracht groot is, en zult gij uw arbeid op hem laten?
12Zult gij hem geloven, dat hij uw zaad zal wederbrengen, en vergaderen tot uw dorsvloer?
13Zijn van u de verheugelijke vleugelen der pauwen? Of de vederen des ooievaars, en des struisvogels?
14Dat zij haar eieren in de aarde laat, en in het stof die verwarmt.
15En vergeet, dat de voet die drukken kan, en de dieren des velds die vertrappen kunnen?
16Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de hare niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is.
17Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.
18Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.
19Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden?
20Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking.
21Het graaft in den grond, en het is vrolijk in zijn kracht; en trekt uit, den geharnaste tegemoet.
22Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard.
23Tegen hem ratelt de pijlkoker, het vlammig ijzer des spies en der lans.
24Met schudding en beroering slokt het de aarde op, en gelooft niet, dat het is het geluid der bazuin.
25In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.
26Vliegt de sperwer door uw verstand, en breidt hij zijn vleugelen uit naar het zuiden?
27Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt?
28Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats.
29Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af.
30Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij.

Dutch Staten Vertaling
Tap a verse to copy, share, highlight or add a note. Dotted words link to encyclopedia articles.

30 verses in this chapter
39 / 42 chapters

The text is Dutch Staten Vertaling(네덜란드어) — From getbible.net (CrossWire SWORD module) · license: 공개 도메인 (Public Domain) Highlights, notes and read marks stay with the chapter whichever version you read. Dotted words are people, places and terms that have an encyclopedia article (marked once per page). Highlights, notes and read marks are saved only in this browser and gathered under My marks.

More