Skip to content
Church.wiki
Leviticus

Leviticus 11

Dutch Staten Vertaling

Translation: STATENVERTALING
Start reading

1En de HEERE sprak tot Mozes, en tot Aaron, zeggende tot hen:Select Leviticus 11:1

2Spreekt tot de kinderen Israels, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten zult uit alle beesten, die op de aarde zijn.Select Leviticus 11:2

3Al wat onder de beesten de klauw verdeelt, en de kloof der klauwen in tweeen klieft, en herkauwt, dat zult gij eten.Select Leviticus 11:3

4Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: de kemel, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;Select Leviticus 11:4

5En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;Select Leviticus 11:5

6En den haas, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn.Select Leviticus 11:6

7Ook het zwijn, want dat verdeelt wel den klauw, en klieft de klove der klauwen in tweeen, maar herkauwt het gekauwde niet; dat zal u onrein zijn.Select Leviticus 11:7

8Van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas niet aanroeren, zij zullen u onrein zijn.Select Leviticus 11:8

9Dit zult gij eten van al wat in de wateren is: al wat in de wateren, in de zeeen en in de rivieren, vinnen en schubben heeft, dat zult gij eten;Select Leviticus 11:9

10Maar al wat in de zeeen en in de rivieren, van alle gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.Select Leviticus 11:10

11Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.Select Leviticus 11:11

12Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.Select Leviticus 11:12

13En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,Select Leviticus 11:13

14En de gier, en de kraai, naar haar aard;Select Leviticus 11:14

15Elke rave naar haar aard;Select Leviticus 11:15

16En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;Select Leviticus 11:16

17En de steenuil, en het duikertje, en de schuifuit,Select Leviticus 11:17

18En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan,Select Leviticus 11:18

19En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.Select Leviticus 11:19

20Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn.Select Leviticus 11:20

21Dit nochtans zult gij eten van al het kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, hetwelk boven aan zijn voeten schenkelen heeft, om daarmede op de aarde te springen;Select Leviticus 11:21

22Van die zult gij deze eten: de sprinkhaan naar zijn aard, en de solham naar zijn aard, en den hargol naar zijn aard, en den hagab naar zijn aard.Select Leviticus 11:22

23En alle kruipend gevogelte, dat vier voeten heeft, zal u een verfoeisel zijn.Select Leviticus 11:23

24En aan deze zult gij verontreinigd worden; zo wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.Select Leviticus 11:24

25Zo wie van hun dood aas gedragen zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.Select Leviticus 11:25

26Alle beest, dat den klauw verdeelt, doch de klove niet in tweeen klieft, en niet herkauwt, zal u onrein zijn; zo wie hetzelve aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn.Select Leviticus 11:26

27En al wat op zijn poten gaat onder alle gedierte, op vier voeten gaande, die zullen u onrein zijn; al wie hun dood aas aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.Select Leviticus 11:27

28Ook die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; zij zullen u onrein zijn.Select Leviticus 11:28

29Verder zal u dit onder het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, onrein zijn: het wezeltje, en de muis, en de schildpad, naar haar aard;Select Leviticus 11:29

30En de zwijnegel, en de krokodil, en de hagedis, en de slak, en de mol;Select Leviticus 11:30

31Die zullen u onrein zijn onder alle kruipend gedierte; zo wie die zal aangeroerd hebben, als zij dood zijn, zal onrein zijn tot aan den avond.Select Leviticus 11:31

32Daartoe al hetgeen, waarop iets van dezelve vallen zal, als zij dood zijn, zal onrein zijn, hetzij van alle houten vat, of kleed, of vel, of zak, of alle vat, waarmede werk gedaan wordt; het zal in het water gestoken worden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal het rein zijn.Select Leviticus 11:32

33En alle aarden vat, waarin iets van dezelve zal gevallen zijn, al wat daarin is, zal onrein zijn, en gij zult dat breken.Select Leviticus 11:33

34Van alle spijze, die men eet, waarop het water zal gekomen zijn, die zal onrein zijn; en alle drank, die men drinkt, zal in alle vat onrein zijn.Select Leviticus 11:34

35En waarop iets van hun dood aas zal vallen, zal onrein zijn; de oven en de aarden pan zal verbroken worden; zij zijn onrein, daarom zullen zij u onrein zijn.Select Leviticus 11:35

36Doch een fontein, of put van vergadering der wateren, zal rein zijn; maar wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn.Select Leviticus 11:36

37En wanneer van hun dood aas zal gevallen zijn op enig zaaibaar zaad, dat gezaaid wordt, dat zal rein zijn.Select Leviticus 11:37

38Maar als water op het zaad gedaan zal worden, en van hun dood aas daarop zal gevallen zijn, dat zal u onrein zijn.Select Leviticus 11:38

39En wanneer van de dieren, die u tot spijze zijn, iets zal gestorven zijn, wie deszelfs dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.Select Leviticus 11:39

40Ook die van hun dood aas gegeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; en die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.Select Leviticus 11:40

41Voorts alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, zal een verfoeisel zijn; het zal niet gegeten worden.Select Leviticus 11:41

42Al wat op zijn buik gaat, en al wat gaat op zijn vier voeten, of al wat vele voeten heeft, onder alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, die zult gij niet eten, want zij zijn een verfoeisel.Select Leviticus 11:42

43Maakt uw zielen niet verfoeilijk aan enig kruipend gedierte, dat kruipt; en verontreinigt u niet daaraan, dat gij daaraan verontreinigd zoudt worden.Select Leviticus 11:43

44Want Ik ben de HEERE, uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.Select Leviticus 11:44

45Want Ik ben de HEERE, Die u uit Egypteland doe optrekken, opdat Ik u tot een God zij, en opdat gij heilig zijt, dewijl Ik heilig ben.Select Leviticus 11:45

46Dit is de wet van de beesten, en van het gevogelte, en van alle levende ziel, die zich roert in de wateren, en van alle ziel, die kruipt op de aarde;Select Leviticus 11:46

47Om te onderscheiden tussen het onreine en tussen het reine, en tussen het gedierte, dat men eten, en tussen het gedierte, dat men niet eten zal.Select Leviticus 11:47

Next: Leviticus 12Continue reading

Dutch Staten Vertaling (STATENVERTALING) · Public Domain

Reading settings

Choose a passage

Old Testament

New Testament

Leviticus

Selected verses

Tap another verse to select a range.

Highlight

My Bible

Listen

Uses an English voice provided by your browser.